bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten

NGD Care: Wetenschappelijke achtergrond

Leverziekte bij hond en kat:
van oxidatieve stress en darm-lever-as tot fibrose

Hoe leverziekte ontstaat en progressief wordt, waarom de darm de primaire driver is van hepatische ontsteking, hoe diagnostiek werkt met de valkuilen, en waarom silymarine het best onderbouwde supplement is dat de leverwereld kent. Onderbouwd met literatuur.

Door Stefan Veenstra DVM

Korte samenvatting

Leverziekte bij hond en kat, van verhoogde leverenzymen tot leververvetting, hepatitis en fibrose, ontstaat zelden geïsoleerd in de lever zelf. Drie mechanismen liggen eraan ten grondslag: oxidatieve stress die de glutathionvoorraad uitput, TGF-β1-gedreven fibrose als gemeenschappelijk eindpunt van chronische leverschade, en de darm-lever-as waarbij LPS uit een verstoorde darmbarrière via de poortader Kupffer-cellen en hepatische stellaatcellen activeert. Diagnostiek via ALT, ALP, AST, GGT en bilirubine kent belangrijke valkuilen, zoals steroïd-geïnduceerde ALP-stijging, die de dierenarts meeneemt in de interpretatie. Het NGD Care Lever Support Traject ondersteunt in drie fasen: de darm-lever-as stabiliseren, leverprotectie en fibroseremming via glutathion en (binnenkort) silymarine, en mitochondriaal herstel voor duurzame leverregeneratie. Altijd aanvullend op de behandeling van de dierenarts.

De lever als integratief orgaan

De lever vervult meer dan 500 functies. Detoxificatie van medicijnen, hormonen en endogene afvalstoffen. Synthese van albumine, stollingsfactoren en galzuren. Glycogeenopslag en glucoseregulatie. Vetmetabolisme en lipoproteïnensynthese. Immuunfunctie via Kupffer-cellen die 80-90% van alle systemische macrofagen uitmaken.

De lever is het enige orgaan met significant regeneratievermogen. Hepatocyten kunnen zich delen en verloren leverparenchym aanvullen, maar dit regeneratievermogen vereist de juiste omstandigheden: voldoende oxidatieve bescherming, geen aanhoudende fibrosedrivers en adequate energietoevoer. Wanneer chronische schade sneller gaat dan regeneratie, wint fibrose terrein.

Achtergrond en klinische context

Dit artikel vormt de wetenschappelijke achtergrond bij het NGD Care Lever Support Traject. Het behandelt de mechanismen van leverziekte, diagnostiek met valkuilen en de onderbouwing van de gefaseerde suppletieaanpak. Altijd aanvullend op reguliere veterinaire behandeling.

Diagnostiek: leverenzymen, echo en valkuilen

Bloedonderzoek: wat de getallen betekenen

ALT (alanine aminotransferase)

Leverspecifiek enzym dat vrijkomt bij hepatocytschade. Verhoogd ALT duidt op actieve levercelschade. Hoe hoger, hoe actiever de schade. Blijft verhoogd zolang schade aanhoudt maar normaliseert snel na herstel. Bij honden meer leverspecifiek dan bij katten.

ALP (alkalische fosfatase)

Verhoogd bij cholestase, galwegaandoeningen en inductie door steroïden of fenobarbital. Bij honden is steroïd-geïnduceerde ALP-verhoging een bekende valkuil: corticosteroïdengebruik verhoogt ALP sterk zonder leverziekte. Altijd interpreteren in context van medicatiegebruik.

AST (aspartaat aminotransferase)

Minder leverspecifiek dan ALT: ook aanwezig in spier-, hart- en nierweefsel. Verhoogd AST bij normaal ALT wijst eerder op spier- of hartschade dan op leverziekte. Altijd combineren met CK (creatinekinase) om spieroorsprong uit te sluiten.

GGT en bilirubine

GGT is gevoelig voor galwegpathologie en cholestase. Verhoogd bilirubine duidt op verminderde leverklaring of hemolyse. Geconjugeerd bilirubine wijst op hepatisch of posthepatisch probleem. Ongeconjugeerd bilirubine op prehepatisch (hemolyse). Onderscheid is klinisch relevant voor de diagnostische richting.

Veelgemaakte diagnostische fouten

ALP verhoogd door steroïden, niet door leverziekte: corticosteroïden induceren een leverspecifiek ALP-isoenzym bij honden. Vertienvoudiging van ALP is mogelijk zonder echte leverziekte. Altijd vragen naar recent corticosteroïdengebruik en CK meten voor het interpreteren van ALP.
AST verhoogd door spierziekte: intensieve beweging, trauma of polymyositis verhoogt AST zonder leveraandoening. CK is normaal bij leveroorsprong, verhoogd bij spieroorsprong.
Normale leverenzymen bij ernstige leverziekte: bij leveratrofie of eindstadium cirrose produceren te weinig hepatocyten enzymen om ALT te verhogen. Normaal bloedonderzoek sluit leverziekte niet uit bij klinische symptomen.
Hepatische lipidose bij katten: katten ontwikkelen snel hepatische lipidose bij anorexie van meer dan 48-72 uur, ongeacht de oorspronkelijke oorzaak. Bij een anorectische kat is snelle voedingsinterventie urgent, niet facultatief.

Echo en biopsie

Echografie visualiseert levergrootte, echogeniciteit, galwegen en aanwezigheid van massa’s. Een hyperechoïsche lever wijst op vetinfiltratie. Een hypoechoïsche lever op hepatitis of congestie. Normaal echobeeld sluit histologische afwijkingen echter niet uit: fibrose en hepatitis kunnen aanwezig zijn bij een echografisch normaal beeld.

Leverbiopsie geeft de definitieve histologische diagnose: hepatitis, fibrose, lipidose, cirrose, koperophoping of lymfoom. Bij afwijkende leverenzymen zonder duidelijke oorzaak is biopsie de aangewezen volgende stap voor een gericht behandelplan. Koperophoping is een specifieke aandoening die bij bepaalde rassen, met name Bedlington Terriërs en Dalmatians, genetisch bepaald is en een aparte behandelaanpak vereist.

De drie centrale mechanismen van leverziekte

Oxidatieve stress en glutathionuitputting

De lever is het primaire detoxificatieorgaan en verwerkt daarvoor dagelijks een enorme hoeveelheid toxinen, medicijnen en metabole afvalstoffen. Fase I detoxificatie via cytochroom P450 enzymen produceert reactieve tussenproducten die direct toxisch zijn voor hepatocyten. Fase II detoxificatie, voornamelijk via conjugatie met glutathion, neutraliseert deze tussenproducten voor uitscheiding.

Glutathion is daarmee het centrale molecuul van leverdetoxificatie. De lever bevat de hoogste glutathionconcentratie van elk orgaan. Bij chronische leverziekte of verhoogde toxinebelasting raakt de glutathionreserve uitgeput. Oxidatieve tussenproducten accumuleren en veroorzaken hepatocytschade via lipidenperoxidatie, eiwitoxidatie en DNA-beschadiging.[1]

Verminderd glutathion activeert NF-kB, wat pro-inflammatoire cytokineproductie induceert, wat op zijn beurt TGF-β1-activatie bevordert. Dit is de mechanistische koppeling tussen oxidatieve stress en fibrose: via de NF-kB schakel.

TGF-β1-fibrose: het gemeenschappelijke eindpunt

Ongeacht de oorspronkelijke oorzaak van leverziekte, of het nu hepatitis, toxische schade, vetzucht of infectie is, is fibrose het gemeenschappelijke eindpunt van chronische leveraandoeningen. TGF-β1 (transforming growth factor beta 1) is de centrale mediator van dit proces.

TGF-β1 wordt geactiveerd door oxidatieve stress, Kupffer-celactivatie door LPS en mechanische rek van leverweefsel bij zwelling. Het activeert hepatische stellaatcellen (HSC’s), de rustige vetopslaancellen van de lever, die transformeren in myofibroblasten die collageen type I en III produceren. Dit interstitiële fibrotische weefsel vervangt functioneel leverparenchym permanent en verstoort de sinusoïdale architectuur die essentieel is voor normale leverfunctie.[2]

Fibrose in vroege stadia is beïnvloedbaar. In gevorderde stadia is cirrose onomkeerbaar. Dit is de mechanistische reden waarom vroege interventie het meeste effect heeft.

De darm-lever-as: de meest onderschatte leverdriver

De poortader transporteert bloed vanuit het hele maagdarmkanaal rechtstreeks naar de lever. Alles wat in de darm wordt geabsorbeerd, bereikt de lever als eerste. Bij een gezonde darmbarrière zijn dat nutriënten en metabolieten. Bij een verstoorde darmbarrière zijn dat bacteriële fragmenten, LPS en ammoniak.

LPS activeert Kupffer-cellen via TLR4-receptoren, die als reactie TNF-alfa, IL-1beta en IL-6 produceren en zo hepatocytschade induceren. LPS werkt daarnaast ook rechtstreeks in op de hepatische stellaatcellen zelf: via TLR4-signalering daalt de expressie van Bambi, de decoy-receptor die TGF-β1-signalering normaal afremt, waardoor stellaatcellen gevoeliger worden voor TGF-β1 en sneller activeren tot collageenproducerende myofibroblasten. Chronische portale LPS-belasting door darmdysbiose is daarmee een directe driver van zowel hepatische ontsteking als fibrose, ongeacht andere oorzaken van leverziekte.[3][4]

Dit is ook de mechanistische verklaring voor de nauwe associatie tussen lekkende darm, dysbiose en leverziekte die in de kliniek consistent wordt gezien. Een dier met chronische leverziekte heeft vrijwel altijd een verstoorde darmbarrière, en andersom. Darmherstel is daarmee geen bijzaak bij leverziekte maar een mechanistisch primair behandeldoelwit.

Voeding bij leverziekte: kritische beoordeling

De standaard aanbeveling bij leverziekte is een leverdieet: eiwitarm, laag in koper, vaak in blikformaat. Vanuit de integratieve geneeskunde zijn er mechanistische bezwaren tegen de eiwitbeperking als standaardmaatregel bij alle vormen van leverziekte.

Eiwitbeperking is alleen geïndiceerd bij aantoonbare hepatische encefalopathie. Encefalopathie ontstaat wanneer de lever ammoniak niet adequaat omzet naar ureum, waardoor ammoniak de bloed-hersenbarrière passeert. Maar eiwitbeperking zonder encefalopathie schaadt de leverregeneratie direct: de lever heeft aminozuren nodig voor hepatocytenreplicatie, albuminesynthese en glutathionproductie. Eiwitbeperking bij een lever die probeert te regenereren is mechanistisch contraproductief.

Kruisbloemige groenten activeren leverdetoxificatie via Nrf2. Broccoli, spruitjes en boerenkool bevatten glucosinolaten die in sulforafaan worden omgezet. Sulforafaan activeert Nrf2, de masterregulator van fase II detoxificatie-enzymen inclusief glutathion-S-transferase. Dit is directe voedingsondersteuning van de leverdetoxificatiecapaciteit die bij supplementen niet de enige route mag zijn.

Voedingsadvies bij leverziekte

Geen ultrabewerkt droogvoer. Bewerkte vetten, mycotoxinen in granen en synthetische additieven verhogen de dagelijkse detoxificatiearbeid van een al belaste lever structureel.

Hoogwaardige verse eiwitbronnen voor leverregeneratie, tenzij hepatische encefalopathie aantoonbaar aanwezig is. Altijd in overleg met de dierenarts bij encefalopathiesymptomen.

20% kruisbloemige en overige groenten voor glucosinolaten (Nrf2-activatie), fermenteerbare vezels (microbioomherstel) en fytochemicaliën met hepatoprotectieve eigenschappen.

Kleine frequente maaltijden verminderen de piekbelasting op de lever per maaltijd en verbeteren de glycogeenstabiliteit bij verminderde leverglycogeen-opslag.

Silymarine: het best onderbouwde hepatoprotectieve supplement

Silymarine, het actieve flavonoïde complex uit mariadistel (Silybum marianum), is het meest wetenschappelijk onderbouwde supplement voor leveraandoeningen dat beschikbaar is. De mechanistische basis is breed en goed gedocumenteerd.

Antioxidatieve werking: silybine, het meest actieve bestanddeel van silymarine, is een krachtige scavenger van hydroxylradicalen en verhoogt de intracellulaire glutathionconcentratie via Nrf2-activatie. Bij vergelijkende studies is silymarine een van de krachtigste hepatoprotectieve antioxidanten die zijn getest in levermodellen.[5]

Anti-fibrotische werking: silymarine remt TGF-β1-signalering in hepatische stellaatcellen via downregulatie van Smad2/3-fosforylering, hetzelfde mechanisme als astragaloside IV bij nierziekte. Dit remt de activatie van stellaatcellen naar myofibroblasten en vermindert collageen I en III productie direct.[6]

Hepatoprotectieve werking: silybine stabiliseert hepatocytmembranen via cholesterol-modulerende werking, remt de penetratie van hepatotoxinen via transporteiwitremming en heeft anti-apoptotische effecten in hepatocyten. Bij vergiftigingssituaties, zoals Amanita phalloides-paddenstoelenintoxicatie, is intraveneus silybine het enige effectieve antidotum.

Klinische evidence: specifiek veterinair onderzoek naar silymarine bij honden of katten met natuurlijk ontstane chronische leverziekte ontbreekt vooralsnog; de meeste diermodellen betreffen acute, experimenteel toegebrachte toxische schade, niet chronische hepatopathie. Bij mensen met chronische leverziekte laat een meta-analyse van gerandomiseerde studies een statistisch significante, zij het bescheiden, verlaging van ALT en AST zien na silymarine-suppletie.[7] Deze humane evidence wordt extrapolerend toegepast op de veterinaire praktijk, in combinatie met het brede mechanistische bewijs hierboven.

Silymarine komt dit jaar beschikbaar

Silymarine wordt dit jaar aan het NGD Care assortiment toegevoegd. Het wordt dan toegevoegd als kernondersteuning aan het Lever Support Traject in fase 2, naast glutathion en curcumine. De mechanistische synergie is sterk: silymarine remt TGF-β1 via Smad2/3, curcumine via NF-kB. Samen adresseren ze fibrose via twee complementaire routes.

De supplementen in het traject mechanistisch uitgewerkt

Fase 1: Prebiotica, Enzymenmix 2, Liposomale Vitamine C, Liposomale Curcumine

Prebiotica herstellen de microbioombalans en verminderen de LPS-producerende dysbiose die via de poortader de Kupffer-cellen activeert. Specifiek verhogen prebiotica de productie van butyraat dat de darmbarrière versterkt via tight junction-upregulatie en de colonocyten van energie voorziet. Minder LPS via de poortader betekent minder Kupffer-celactivatie en minder hepatische TGF-β1-productie.

Biofilm Balance verbetert de eiwitvertering waardoor minder onverteerde eiwitten in de dikke darm fermenteren tot ammoniak en p-cresol. Dit verlaagt de portale ammoniakbelasting op de lever direct. Bij leverziekte met verminderde detoxificatiecapaciteit is reductie van de ammoniaktoevoer een prioriteit.

Liposomale vitamine C is cofactor voor hydroxylering in fase I detoxificatiereacties via cytochroom P450. Bij leverziekte is de fase I capaciteit verminderd waardoor vitamine C-suppletie de resterende enzymatische activiteit ondersteunt. Vitamine C regenereert bovendien vitamine E dat lipidenperoxidatie in hepatocytmembranen remt.

Liposomale curcumine remt NF-kB-activatie in Kupffer-cellen en hepatocyten, wat de pro-inflammatoire cytokineproductie verlaagt die TGF-β1 activeert. Curcumine beïnvloedt bovendien de samenstelling van het darmmicrobioom op een manier die de LPS-belasting kan verminderen, wat de darm-lever-as direct ondersteunt. De liposomale toedieningsvorm is essentieel: ongebonden curcumine heeft een biologische beschikbaarheid van minder dan 1 procent.[8]

Fase 2: Liposomaal Glutathion, Para Reset, Omega-3, Silymarine (binnenkort)

Liposomaal glutathion is de kern van fase 2. Het herstelt de intracellulaire glutathionreserves in hepatocyten direct, zonder de omweg van precursors die eerst moeten worden omgezet. Glutathion is essentieel voor fase II detoxificatie via glutathion-S-transferase conjugatie, voor remming van TGF-β1-geïnduceerde stellaatcelactivatie via redox-signalering en voor bescherming van hepatocytmembranen tegen oxidatieve lipidenperoxidatie. De liposomale toedieningsvorm zorgt voor maximale intracellulaire beschikbaarheid ook bij aangetaste darmbarrière.[1]

Para Reset adresseert twee hepatische mechanismen tegelijk. NAC levert cysteïne, de limiterende precursor voor glutathionsynthese, en ondersteunt zo de endogene glutathionproductie naast de directe glutathionsuppletie. Berberine activeert AMPK in hepatocyten, wat lipideoxidatie stimuleert via CPT1-activatie en lipideaanmaak remt via acetyl-CoA-carboxylase-inactivatie. Dit is het kernmechanisme voor de behandeling van niet-alcoholische leververvetting (NAFLD) via AMPK. Berberine remt bovendien NF-kB en vermindert daarmee de Kupffer-cel-geïnduceerde inflammatoire signalering.[9]

Omega-3 Calanusolie (EPA en DHA) moduleert de Kupffer-celmacrofaagbalans richting een anti-inflammatoir M2-fenotype dat hepatische TGF-β1-productie vermindert. EPA en DHA verminderen de hepatische TNF-alfa en IL-6 productie via prostaglandine E3 ten koste van pro-inflammatoir prostaglandine E2. Bij leververvetting verbetert omega-3 de triglyceridenspiegel via remming van hepatische VLDL-synthese en verbetering van de vetoxidatiecapaciteit.[10]

Fase 3: Longevity Support en Liposomaal CoQ10

Longevity Support herstelt de mitochondriale biogenese in hepatocyten die voor leverregeneratie essentieel is. Hepatocytendeling is energieverslindend en afhankelijk van adequate mitochondriale capaciteit. NAD⁺ via SIRT1 en SIRT3 activeert PGC-1alfa, de masterregulator van mitochondriale biogenese. Resveratrol activeert SIRT1 direct en heeft bovendien anti-fibrotische werking via TGF-β1-remming aangetoond in levermodellen. SIRT1 activeert ook AMPK, wat hepatische lipideaccumulatie verder vermindert. Ergothioneïne beschermt mitochondriale membranen in hepatocyten tegen de oxidatieve schade die chronische leverziekte aanricht.

Liposomaal CoQ10 herstelt de elektrontransportketen in hepatocyten die bij chronische leverziekte door oxidatieve uitputting structureel is aangetast. CoQ10 is een essentiële elektrondrager in complex I/II naar complex III van de mitochondriale ademhalingsketen. Verminderd CoQ10 resulteert in inefficiënte ATP-productie en verhoogde mitochondriale ROS-productie, wat hepatocytschade versnelt. CoQ10-suppletie verbrak de vicieuze cirkel van oxidatieve schade in meerdere levermodellen.[11]

Waarom de fasering mechanistisch dwingend is

De darm-lever-as stabiliseren vóór leverspecifieke interventies is niet willekeurig. Zolang de darm LPS blijft aanvoeren die Kupffer-cellen activeert en TGF-β1 induceert, vermindert het effect van anti-fibrotische supplementen. Fase 1 verlaagt de LPS-aanvoer zodat fase 2 optimaal effectief kan zijn. Mitochondriaal herstel in fase 3 heeft evenmin optimaal effect als de oxidatieve belasting door chronische LPS-endotoxemie niet is verminderd in fase 1 en het glutathionsysteem niet is hersteld in fase 2.

Veelgestelde vragen

Wat betekenen verhoogde leverenzymen precies?

Leverenzymen zoals ALT, ALP en AST zijn geen directe maat voor leverfunctie, maar signalen dat levercellen schade oplopen (ALT, AST) of dat de galafvoer verstoord is (ALP, GGT). De hoogte van de verhoging zegt iets over de activiteit van de schade, niet automatisch over de ernst van de onderliggende ziekte. Interpretatie gebeurt altijd in combinatie met klinische symptomen, medicatiegebruik en eventueel beeldvorming of biopsie.

Waarom is eiwitbeperking niet altijd goed bij leverziekte?

Eiwitbeperking is alleen zinvol bij aantoonbare hepatische encefalopathie, waarbij de lever ammoniak onvoldoende omzet. Zonder encefalopathie ontneemt eiwitbeperking de lever juist de aminozuren die nodig zijn voor regeneratie van levercellen, albuminesynthese en glutathionaanmaak. Bij de meeste vormen van leverziekte is voldoende hoogwaardig eiwit dus wenselijk, niet schadelijk.

Wat maakt silymarine (mariadistel) zo goed onderbouwd bij leverziekte?

Silymarine werkt antioxidatief via glutathionverhoging, anti-fibrotisch via remming van TGF-β1-signalering in stellaatcellen, en membraanstabiliserend in hepatocyten. Veterinair onderzoek specifiek bij natuurlijke chronische leverziekte is nog beperkt; de sterkste evidence komt vooralsnog uit humane studies en preklinische modellen.

Waarom speelt de darm zo’n grote rol bij leverziekte?

De poortader voert al het bloed vanuit de darm rechtstreeks naar de lever. Bij een verstoorde darmbarrière bereiken bacteriële afvalstoffen (LPS) de lever als eerste en activeren daar Kupffer-cellen en stellaatcellen, wat ontsteking en fibrose aanjaagt. Een leverprobleem gaat daarom vrijwel altijd samen met een darmprobleem, en andersom.

Kan dit traject samen met medicatie van de dierenarts?

Ja. Dit traject is een aanvulling op de behandeling van de dierenarts, geen vervanging. Bij levercirrose, een portosystemische shunt of ernstige leverinsufficiëntie is altijd persoonlijk overleg nodig, en sommige supplementen vereisen dosisaanpassing omdat de lever ze zelf metaboliseert.

Speelt het basisvoer een rol bij de kans op leververvetting bij katten?

Tot op zekere hoogte, al is het genuanceerder dan vaak wordt gesteld. De grootste bewezen risicofactoren voor hepatische lipidose zijn overgewicht, de duur van het niet-eten en een onderliggende ziekte die de eetlust wegneemt. Welke rol het gebruikelijke voer vóór zo’n periode precies speelt, is nooit direct onderzocht. Wel plausibel: een kat op een eiwitrijk, vers dieet heeft vaak een gezonder gewicht en een betere eiwit-, taurine- en carnitinestatus dan een kat op calorierijk droogvoer, wat het risico indirect kan verlagen, omdat overgewicht en een tekortschietende eiwitstatus wel bewezen risicofactoren zijn. De stelling dat een kat op vers vlees nauwelijks kans zou lopen na 2-3 dagen niet eten is echter niet wetenschappelijk aangetoond en is sterker geformuleerd dan de beschikbare data rechtvaardigen. Overgewicht vermijden en op tijd ingrijpen bij anorexie blijven de belangrijkste, wel bewezen, beschermende factoren.[12]

Wanneer is dit traject van toepassing?

Verhoogde leverenzymen als vroeg signaal. Leververvetting (hepatische lipidose). Hepatitis infectieus of auto-immuun. Vroege leverfibrose of cirrose. Cholangitis of galwegaandoeningen. Ondersteuning bij toxische leverbelasting of chronisch medicatiegebruik. Preventief bij rassen met leveraanleg. Herstel na acute leverziekte. Bij levercirrose, portosystemische shunt of ernstige leverinsufficiëntie altijd persoonlijk consult voor op maat advies.

Conclusie

Leverziekte is een systeemziekte waarbij oxidatieve stress, TGF-β1-gedreven fibrose en darm-lever-as-belasting via portale LPS-aanvoer elkaar versterken. De lever heeft regeneratievermogen dat geen enkel ander orgaan bezit, maar dat vermogen vereist de juiste omstandigheden: voldoende glutathion, verminderde fibrosedrivers en adequate mitochondriale energie.

Het NGD Care Lever Support Traject adresseert de drie centrale mechanismen in drie fasen: darm-lever-as stabiliseren, leverprotectie en fibrose remmen via glutathion en anti-fibrotische supplementen, dan mitochondriaal herstel voor duurzame leverregeneratie. Met silymarine als kerntoevoeging zodra beschikbaar.

De lever kan herstellen. Maar niet als de oorzaken blijven bestaan.

Bekijk het NGD Care Lever Support Traject

Naar het traject

Literatuur

  1. Lu SC. Glutathione synthesis. Biochim Biophys Acta. 2013;1830(5):3143-3153.
  2. Bataller R & Brenner DA. Liver fibrosis. J Clin Invest. 2005;115(2):209-218.
  3. Cani PD et al. Metabolic endotoxemia initiates obesity and insulin resistance. Diabetes. 2007;56(7):1761-1772.
  4. Seki E, De Minicis S, Osterreicher CH, et al. TLR4 enhances TGF-β signaling and hepatic fibrosis. Nat Med. 2007;13(11):1324-1332.
  5. Abenavoli L et al. Milk thistle in liver diseases: past, present, future. Phytother Res. 2010;24(10):1423-1432.
  6. Loguercio C & Festi D. Silybin and the liver: from basic research to clinical practice. World J Gastroenterol. 2011;17(18):2288-2301.
  7. de Avelar CR, Pereira EM, de Farias Costa PR, de Jesus RP, de Oliveira LPM. Effect of silymarin on biochemical indicators in patients with liver disease: systematic review with meta-analysis. World J Gastroenterol. 2017;23(27):5004-5017.
  8. Shen L, Liu L, Ji HF. Regulative effects of curcumin spice administration on gut microbiota and its pharmacological implications. Food Nutr Res. 2017;61(1):1361780.
  9. Zhu X, Bian H, Gao X. The potential mechanisms of berberine in the treatment of nonalcoholic fatty liver disease. Molecules. 2016;21(10):1336.
  10. Scorletti E & Byrne CD. Omega-3 fatty acids, hepatic lipid metabolism and non-alcoholic fatty liver disease. Annu Rev Nutr. 2013;33:231-248.
  11. Bhagavan HN & Chopra RK. Coenzyme Q10: absorption, tissue uptake, metabolism and pharmacokinetics. Free Radic Res. 2006;40(5):445-453.
  12. Webb CB. Hepatic lipidosis: clinical review drawn from collective effort. J Feline Med Surg. 2018;20(3):217-227.

Deze informatie is educatief van aard en gebaseerd op beschikbare wetenschappelijke literatuur. De genoemde studies zijn niet altijd direct veterinair of specifiek voor de hier beschreven formulering. Deze tekst vervangt geen veterinair consult en bevat geen therapeutische claims.



Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

Meer artikelen over Trajecten en bundels

Varan har lagts till i varukorgen.
0 artikel -  0,00