bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten

 

Reizen met je hond · Deel 4

Ziekten op reis: teken, leishmania en de kwalen die je hond meeneemt uit het zuiden

In Zuid-Europa komen ziekten voor die je in Nederland niet kent. Het lastige is: veel ervan laten zich pas maanden na thuiskomst zien. Wie de risico’s en de incubatietijden kent en op tijd preventie regelt, voorkomt de meeste ellende.

Door Stefan Veenstra, dierenarts (DVM)

Het korte antwoord

De belangrijkste reisziekten voor honden in Zuid- en Oost-Europa zijn tekengebonden ziekten (babesiose, ehrlichiose, anaplasmose), leishmania via de zandvlieg, en hartworm via de mug. De eerste klachten verschijnen bij teken meestal na een tot drie weken, bij hartworm en leishmania pas na maanden. Zorg dat naast de verplichte rabiës ook de basisvaccinaties op orde zijn, regel een bewezen afwerend middel, en laat bij twijfel over besmetting onderzoek doen bij de dierenarts.

Sectie 1

Waarom zijn ziekten op reis zo verraderlijk?

Het gevaarlijke aan de meeste zuidelijke reisziekten is niet dat je hond op vakantie acuut ziek wordt. Het is dat hij ogenschijnlijk gezond thuiskomt, terwijl de ziekteverwekker al in zijn lichaam zit. Bij zowel leishmania als hartworm en verschillende tekengebonden ziekten kan het maanden tot jaren duren voordat de eerste klachten verschijnen. In de tussentijd is de hond drager zonder dat iemand het weet.

Hier komt een rode draad naar voren die de hele integratieve geneeskunde raakt: of een besmette hond ook een zieke hond wordt, hangt sterk af van zijn afweersysteem. Van de honden die in Spanje met leishmania in aanraking komen, ontwikkelt naar schatting maar tien tot vijftien procent daadwerkelijk ziekte. Of het die kant op gaat, wordt mede bepaald door genetische factoren, leeftijd, onderliggende ziekte en stress. Dezelfde parasiet, een andere afloop, afhankelijk van de weerstand van het dier.

Dat betekent nadrukkelijk niet dat een goede weerstand preventie overbodig maakt. Een afwerend middel en goede vaccinaties blijven onmisbaar. Maar het verklaart wel waarom de ene hond na een besmetting nooit klachten krijgt en de andere ernstig ziek wordt, en waarom een sterk, veerkrachtig lichaam het verschil kan maken tussen een symptoomloze drager en een zieke patiënt.

Sectie 2

Begin bij de basisvaccinaties, niet alleen bij rabiës

Voordat je aan teken en zandvliegen denkt, is er een eenvoudigere bescherming die vaak over het hoofd wordt gezien. Voor reizen binnen Europa is alleen de rabiësvaccinatie tegen hondsdolheid wettelijk verplicht. Maar de wet dekt niet alle risico’s, en dat is een belangrijk verschil.

In veel oostelijke en zuidelijke landen komen ziekten als hondenziekte (distemper), besmettelijke leverontsteking (hepatitis) en parvo vaker voor dan bij ons. Dat heeft te maken met grotere aantallen zwerfhonden en een lagere vaccinatiegraad onder de lokale honden. Je hond kan deze ziekten oplopen via contact met andere honden of hun uitwerpselen, en het gaat om ernstige, soms dodelijke aandoeningen.

Zorg daarom dat naast de verplichte rabiësvaccinatie ook de basisvaccinaties, de zogenoemde cocktail tegen hondenziekte, hepatitis en parvo, up-to-date zijn voordat je vertrekt. De beste manier om echt te weten of je hond volledig beschermd is, is met behulp van een titerbepaling (vaccicheck). De vaccicheck wordt door de WSAVA, AAHA, KNMvD en NVWA geaccepteerd. Zo weet je of je dier echt beschermd is, en voorkom je overvaccinatie. Afhankelijk van je bestemming en de omstandigheden kan je dierenarts daarnaast bescherming tegen bijvoorbeeld leptospirose adviseren. Loop dit ruim voor vertrek langs, want een vaccinatie heeft tijd nodig om op te bouwen.

Sectie 3

Tekengebonden ziekten: babesiose, ehrlichiose en anaplasmose

In Zuid-Europa dragen teken ziekten over die in Nederland niet of nauwelijks voorkomen. De teken die dit doen, zoals de bruine hondenteek (Rhipicephalus) en de gevlekte teek (Dermacentor), leven daar in de natuur en soms zelfs in huizen en kennels. Eén enkele tekenbeet kan al genoeg zijn om een ziekteverwekker over te dragen. Hieronder de drie belangrijkste, met de tijd waarna je de eerste klachten kunt verwachten.

Ziekte Incubatietijd Eerste klachten
Babesiose
parasiet in de rode bloedcellen
Ongeveer 1 tot 3 weken na de tekenbeet. Koorts, sloomheid, bleke slijmvliezen en opvallend donkere of roodbruine urine. Kan acuut en ernstig verlopen.
Ehrlichiose
bacterie in de witte bloedcellen
Acute fase 1 tot 3 weken na besmetting. Kan daarna maanden tot jaren sluimeren en later oplaaien. Minder uithoudingsvermogen, bloedneuzen, oogontsteking, koorts, gewrichts- en spierklachten.
Anaplasmose
bacterie, komt ook in Nederland voor
Ongeveer 1 tot 2 weken na de tekenbeet. Koorts, sloomheid, verminderde eetlust, soms kreupelheid door gewrichtsontsteking. Verloopt meestal milder.

Een gemeenschappelijk kenmerk van deze ziekten, en tegelijk het verraderlijke, is dat de verwekkers zich binnen de lichaamscellen nestelen. Ehrlichia en Anaplasma zijn intracellulaire bacteriën, wat betekent dat ze binnenin de cel leven, en Babesia is een parasiet die zich in de rode bloedcellen verstopt. Juist doordat ze zich in de cel schuilhouden, kan de verwekker na een eerste infectie in het lichaam blijven sluimeren en later oplaaien wanneer de weerstand daalt. Bij de chronische vormen zie je een hond vaak in enkele weken tot maanden jaren ouder worden. Deze ziekten zijn ernstig, maar bij tijdige herkenning vaak goed te behandelen.

Ben je met je hond in het zuiden geweest en zie je later vage klachten, meld dan altijd aan je dierenarts dat je daar bent geweest, ook als het al maanden geleden is. Die informatie kan de sleutel zijn tot de juiste diagnose, want deze ziekten worden in Nederland niet standaard verwacht.

Sectie 4

Leishmania: de ziekte van de zandvlieg

Leishmania is de bekendste en meest gevreesde mediterrane reisziekte. Ze wordt veroorzaakt door de parasiet Leishmania infantum, die niet door een teek maar door de zandvlieg wordt overgedragen. Dat is een klein, mugachtig insect dat voorkomt rond de Middellandse Zee, in landen als Spanje, Portugal, Italië, Frankrijk, Griekenland en Malta, en daarnaast in Noord-Afrika en delen van het Midden-Oosten. De zandvlieg is vooral actief tussen zonsondergang en zonsopgang.

Hoe verloopt een besmetting, en na hoelang?

Na de beet van een besmette zandvlieg komt de parasiet in het lichaam en wordt hij opgenomen door afweercellen, de macrofagen. Leishmania is dus, net als de tekenbacteriën, een intracellulaire microbe: hij leeft binnenin de eigen afweercellen en verspreidt zich daarmee door het hele lichaam. Dat verklaart zowel de grote verscheidenheid aan klachten als het feit dat de ziekte zo hardnekkig is. De incubatietijd, de tijd tussen de beet en de eerste klachten, bedraagt minimaal vijf tot zes maanden, maar kan oplopen tot jaren. De parasiet kan verstopt in de cellen blijven en zich pas gaan vermenigvuldigen wanneer het lichaam verzwakt is, bijvoorbeeld door een andere ziekte of langdurige stress.

Waar moet je op letten?

De klachten zijn wisselend en weinig specifiek, wat de diagnose lastig maakt. Veelvoorkomende signalen zijn huidproblemen zoals kale plekken en schilfers, vooral rond de ogen en op de oorranden, gewichtsverlies ondanks normale eetlust, sloomheid, kreupelheid, bloedneuzen en overmatig groeiende nagels. Onbehandeld kan leishmania uiteindelijk de organen aantasten en zelfs fataal verlopen. De ziekte is niet altijd volledig te genezen, maar bij vroege ontdekking vaak wel goed onder controle te houden.

Sectie 5

Wormen die in Nederland niet voorkomen

Naast bacteriën en eencellige parasieten kan je hond in het buitenland ook wormsoorten oplopen die hier niet of nauwelijks voorkomen. De belangrijkste en gevaarlijkste is de hartworm.

Hartworm (Dirofilaria immitis)

De hartworm komt in Nederland niet voor, maar wel in Zuid- en Oost-Europa, en het verspreidingsgebied schuift langzaam naar het noorden op. De worm wordt overgedragen door muggen: na een besmette muggenbeet komen kleine larven in het lichaam, die zich in de loop van ongeveer zes tot zeven maanden ontwikkelen tot volwassen wormen. Die nestelen zich in de longslagaders en het hart. Pas als de wormen volwassen zijn, ontstaan de eerste klachten, zoals hoesten, benauwdheid, sloomheid en gewichtsverlies. Onbehandeld kan hartworm tot hartfalen en de dood leiden, en de behandeling van een gevorderde infectie is ingrijpend en niet zonder risico. Voorkomen is hier dus echt beter dan genezen.

De preventie bestaat uit twee sporen: muggensteken zoveel mogelijk voorkomen met een afwerend middel, en voorkomen dat eventuele larven volwassen worden met een zogenoemde hartwormpreventie, een ontwormingsmiddel dat de larvale stadia doodt. Reis je naar een risicogebied, overleg dan vooraf met je dierenarts over een passend schema tijdens en na je verblijf.

Franse hartworm (longworm, Angiostrongylus vasorum)

De naam is verwarrend, want de Franse hartworm is eigenlijk een longworm: hij leeft in de bloedvaten van de longen. Anders dan de gewone hartworm wordt hij niet door muggen overgedragen, maar doordat een hond een besmette slak of huisjesslak binnenkrijgt, vaak ongemerkt bij het snuffelen of grazen in de tuin. En anders dan de gewone hartworm komt de Franse hartworm inmiddels ook gewoon in Nederland voor, dus dit is niet alleen een reisrisico. Bij een flinke infectie kunnen de wormen de longbloedvaten verstoppen, met hoesten, benauwdheid, verminderd uithoudingsvermogen en in ernstige gevallen problemen met de bloedstolling tot gevolg. Onbehandeld kan ook deze worm dodelijk zijn. Een breedspectrum ontworming die op longwormen werkt, in overleg met je dierenarts, is de belangrijkste bescherming.

Oogworm en andere wormen

Minder bekend maar in opkomst is de oogworm (Thelazia), die door fruitvliegjes wordt overgedragen en zich in het oog nestelt, met oogontsteking en in ernstige gevallen zichtverlies tot gevolg. Deze worm rukt op en wordt inmiddels ook in Nederland gezien. Daarnaast gelden voor sommige bestemmingen aparte regels of adviezen rond de vossenlintworm. Een reis is dan ook een goed moment om het ontwormingsschema met je dierenarts te bespreken, afgestemd op waar je naartoe gaat.

Sectie 6

Twijfel je over besmetting? Laat onderzoek doen

Omdat de klachten vaak vaag zijn en pas laat verschijnen, is afwachten geen goede strategie. Twijfel je of je hond via een teek, mug of zandvlieg iets heeft opgelopen, ga dan naar de dierenarts voor aanvullend onderzoek. De dierenarts bepaalt welke test past bij het vermoeden en het moment.

  • Bloedonderzoek. Om afwijkingen op te sporen die op een infectie kunnen wijzen, zoals bloedarmoede of veranderingen in de bloedcellen, en om antistoffen aan te tonen.
  • PCR-onderzoek. Deze test spoort het erfelijk materiaal van de verwekker zelf op, en kan een infectie met leishmania of een tekengebonden verwekker aantonen, ook als antistoffen nog niet meetbaar zijn.
  • Ontlastingsonderzoek. Voor sommige parasieten die je op reis kunt oplopen, waaronder bepaalde longwormen, is een speciaal ontlastingsonderzoek (de Baermann-methode) nodig om larven aan te tonen.

Het moment van testen luistert nauw. Door de lange incubatietijd van leishmania wordt vaak een test rond twaalf maanden na terugkeer geadviseerd, omdat te vroeg testen een vals-negatieve uitslag kan geven. Bespreek het testbeleid met je dierenarts, afgestemd op waar je bent geweest en wanneer.

Sectie 7

Behandeling en ondersteuning bij een besmetting

De behandeling van deze infecties hoort altijd bij de dierenarts, dat is het fundament. Afhankelijk van de verwekker wordt bijvoorbeeld een antibioticakuur ingezet, zoals doxycycline bij ehrlichiose en anaplasmose, of een specifiek antiparasitair middel bij babesiose of leishmania. Hoe eerder die behandeling start, hoe beter de vooruitzichten.

Wat deze verwekkers lastig maakt, is dat ze zich binnen de lichaamscellen schuilhouden. Precies daar zijn ze moeilijker te bereiken, en juist daarom kunnen ze blijven sluimeren en later oplaaien. Vanuit de integratieve geneeskunde is dat een reden om, náást de reguliere behandeling, ook het lichaam zelf te ondersteunen: de weerstand en de systemen die deze intracellulaire indringers onder controle moeten houden.

Hiervoor heeft NGD Care het Intracellulaire Microbe Protocol ontwikkeld, gericht op ondersteuning van het lichaam bij het omgaan met verwekkers die zich binnen de cellen bevinden. Dit protocol is nadrukkelijk een aanvulling op de behandeling van je dierenarts, nooit een vervanging ervan. De achtergrond en de werkingsmechanismen beschrijf ik uitgebreider in een apart artikel.

Verdiepend lezen: op stefanveenstra.nl ga ik dieper in op intracellulaire micro-organismen bij het fokbeleid, waarom ze zo hardnekkig zijn en hoe je het lichaam daarbij kunt ondersteunen. Lees het artikel over intracellulaire microben tijdens de fok→

Sectie 8

Hoe bescherm je je hond tegen teken, zandvliegen en muggen?

Preventie is bij deze ziekten verreweg het belangrijkst, want behandelen is altijd moeilijker dan voorkomen. De aanpak rust op een paar pijlers.

  • Gebruik een afwerend middel. Dit is het belangrijkste onderscheid. Niet elk tekenmiddel werkt tegen zandvliegen en muggen, en niet elk middel weert af. Voor leishmania en hartworm heb je een middel nodig dat insecten daadwerkelijk afweert en steken voorkomt. Een middel dat teken alleen doodt nadat ze gebeten hebben, beschermt niet tegen de overdracht door een zandvlieg of mug. In een gebied met een reëel risico op leishmania, babesiose of hartworm is een bewezen afwerende bescherming daarom geen plek voor compromissen. Overleg met je dierenarts welke bescherming past bij jouw bestemming.
  • Houd je hond binnen tijdens de schemering. De zandvlieg is het actiefst tussen zonsondergang en zonsopgang. Houd je hond op die momenten zoveel mogelijk binnen, weg van stallen, compost en stilstaand water.
  • Controleer dagelijks op teken. Ga je hond elke dag na en verwijder teken zo snel mogelijk met een tekentang, zonder te draaien of te knijpen. Hoe korter een teek vastzit, hoe kleiner de kans op overdracht.
  • Denk aan hartwormpreventie en vaccinatie. In muggengebieden is naast een afwerend middel vaak een hartwormpreventie nodig die de larven doodt. Tegen leishmania bestaat daarnaast een vaccin, al is de werking niet volledig bewezen. Bespreek beide vooraf met je dierenarts.

Tegelijk brengen chemische insecticiden een belasting voor het lichaam met zich mee. Over wat die stoffen precies met het lichaam doen, en waarom een doordachte afweging belangrijk is, schreef ik een apart artikel. Voor situaties met een lager risico, of als aanvulling op de basisbescherming, biedt NGD Care met Flea and Tick Guard een natuurlijke ondersteuning tegen teken en bijtende insecten. De juiste keuze hangt sterk af van je bestemming: hoe hoger het risico op een ernstige ziekte als leishmania of hartworm, hoe belangrijker een bewezen afwerend middel. Maak die afweging samen met je dierenarts.

De integratieve laag

Preventie beschermt tegen besmetting. De weerstand van je hond bepaalt vervolgens of een besmetting ook tot ziekte leidt. Een hond die met een sterk, veerkrachtig afweersysteem op reis gaat, staat er beter voor. Dat is geen vervanging van een afwerend middel of vaccinatie, maar een aanvulling erop. Lees waarom ik kritisch ben op insecticiden →

Sectie 9

Reisdiarree door ander voer en water

Niet elke kwaal op reis is exotisch. De meest voorkomende is heel alledaags: een van slag geraakte darm. Ander voer, ander water, de stress van het reizen en nieuwe ziektekiemen komen op vakantie allemaal tegelijk binnen, en de darm is het orgaan dat daar het snelst op reageert. Het gevolg is de bekende vakantiediarree, vaak al binnen een tot drie dagen na aankomst.

Voorkomen begint bij het vertrouwde voer meenemen en niet abrupt overschakelen, vertrouwd of flessenwater gebruiken, en je hond niet uit sloten of plassen laten drinken. Krijgt je hond toch diarree, blijf dan bij het eigen dieet met kleine porties natte voeding vaker over de dag, in plaats van over te schakelen op kip met rijst.

Sectie 10

Stress: de kwaal die je niet ziet aankomen

Bij ziekten op reis denken we aan parasieten en infecties, maar de meest onderschatte belasting is er een zonder verwekker: stress. Een vakantie is voor een hond een aaneenschakeling van veranderingen. De reis zelf, het alleen blijven op onbekende momenten, een andere routine, en soms juist het tegenovergestelde, namelijk de hele dag intensief mee met de baasjes zonder de gebruikelijke rustmomenten. Al die prikkels tellen op.

Dat is geen kwestie van gevoel alleen. Langdurige stress laat het lichaam voortdurend stresshormonen aanmaken, en die verzwakken onder meer de darmbarrière en houden het afweersysteem in een geprikkelde stand. Daardoor uit reisstress zich vaak lichamelijk: maagdarmklachten en diarree, maar net zo goed reactiviteit, opvlammende jeuk, huidproblemen of terugkerende ontstekingen die je niet meteen met de vakantie in verband brengt. En zoals eerder in dit artikel bleek, bepaalt de weerstand mede of een besmetting doorzet. Een hond die de hele reis onder spanning staat, staat er op alle fronten zwakker voor.

Voorkomen begint bij rust en voorspelbaarheid: houd vaste voer- en wandeltijden aan, bouw het alleen zijn rustig op, en plan de eerste dagen kalm in plaats van vol. Hoe je je hond op de reis en de nieuwe plek laat wennen, lees je in deel 1, en de rol van de darm bij stress komt uitgebreid aan bod in het artikel over reisziekte en in de blog over de stille darm.

Sectie 11

Hitte: het onderschatte reisrisico

Wie in de zomer naar het zuiden reist, neemt zijn hond mee naar temperaturen die hoger liggen dan die waaraan het dier gewend is. Honden kunnen nauwelijks zweten en raken warmte vooral kwijt via hijgen, waardoor ze structureel gevoeliger zijn voor hitte dan wij. Oververhitting is een reëel en levensbedreigend risico, zeker onderweg in de auto en tijdens uitstapjes op het heetst van de dag.

De basis is bekend: schaduw, water, rust, geen inspanning in de hitte en nooit alleen in de auto. Maar hitte doet ook inwendig iets, en raakt onder meer de darm. Hoe dat precies werkt en waarom een hitteberoerte eigenlijk in de buik begint, lees je in de artikelen over de hittegolf en over hitte en de darm.

Lees verder over hitte

Hittegolf: zo help je je hond of kat door de warme dagen — de praktische basis en het herkennen van hittestress.

Hitte en de darm — waarom oververhitting zo gevaarlijk is en de darm daarin een sleutelrol speelt.

Veelgestelde vragen

Ziekten op reis: veelgestelde vragen

Welke ziekten kan mijn hond oplopen in Zuid-Europa?

De belangrijkste zijn tekengebonden ziekten zoals babesiose, ehrlichiose en anaplasmose, leishmania die door de zandvlieg wordt overgedragen, en hartworm die door muggen wordt overgebracht. Veel van deze ziekten kunnen maanden tot jaren sluimeren voordat er klachten ontstaan. Overleg voor vertrek altijd met je dierenarts over preventie die past bij je specifieke bestemming.

Welke vaccinaties heeft mijn hond nodig voor een reis naar Zuid- of Oost-Europa?

Voor reizen binnen Europa is de rabiësvaccinatie tegen hondsdolheid verplicht. Daarnaast is het verstandig de basisvaccinaties tegen hondenziekte, besmettelijke leverontsteking en parvo up-to-date te houden, omdat deze ziekten in oostelijke en zuidelijke landen vaker voorkomen door de vele zwerfhonden en een lagere vaccinatiegraad. Afhankelijk van je bestemming kan je dierenarts ook leptospirose adviseren. Regel dit ruim voor vertrek.

Hoe lang na een tekenbeet of zandvliegbeet wordt een hond ziek?

Dat verschilt sterk per ziekte. Bij babesiose verschijnen de eerste klachten meestal na een tot drie weken, bij anaplasmose na ongeveer een tot twee weken, en bij ehrlichiose na een tot drie weken in de acute fase. Hartworm en leishmania zijn uitzonderingen: bij hartworm ontstaan klachten pas na ongeveer zes tot zeven maanden, bij leishmania na minimaal vijf tot zes maanden en soms jaren. Meld daarom bij elke latere, onverklaarbare klacht dat je hond in het buitenland is geweest.

Hoe voorkom ik leishmania en hartworm bij mijn hond?

Gebruik een middel dat zandvliegen en muggen afweert en steken voorkomt, en begin er op tijd voor vertrek mee. Houd je hond binnen tijdens de schemering. Voor hartworm is daarnaast vaak een hartwormpreventie nodig die de larven doodt. Let op: een tekenmiddel dat alleen doodt, beschermt niet tegen de zandvlieg of mug. In een echt risicogebied is een bewezen afwerend middel essentieel. Bespreek het juiste middel en een eventueel vaccin met je dierenarts.

Welk onderzoek doet de dierenarts bij verdenking van een reisziekte?

Afhankelijk van het vermoeden kan de dierenarts bloedonderzoek doen om afwijkingen en antistoffen op te sporen, een PCR-test om het erfelijk materiaal van de verwekker zelf aan te tonen, en bij bepaalde parasieten een ontlastingsonderzoek zoals de Baermann-methode. Door de lange incubatietijd van leishmania wordt een test daarvoor vaak rond twaalf maanden na terugkeer geadviseerd. Overleg het testbeleid met je dierenarts.

Kan mijn hond ziek worden van reisstress?

Ja. Een vakantie betekent veel veranderingen tegelijk: de reis, alleen blijven, een andere routine en soms de hele dag mee zonder rust. Langdurige stress verzwakt de darmbarrière en houdt het afweersysteem geprikkeld, waardoor stress zich lichamelijk kan uiten in maagdarmklachten en diarree, maar ook in opvlammende jeuk, huidproblemen of terugkerende ontstekingen. Rust, voorspelbaarheid en vaste routines helpen dit voorkomen.

Is leishmania besmettelijk voor mensen?

Leishmania kan in principe ook mensen treffen en wordt daarom een zoönose genoemd. De overdracht verloopt echter via de zandvlieg, niet rechtstreeks van hond op mens. In gebieden zonder zandvliegen, zoals Nederland, is het risico van een besmette hond voor de mensen in huis daardoor zeer beperkt. Bespreek zorgen hierover met je dierenarts of huisarts.

Sterk op reis

Bescherming van buitenaf, weerstand van binnenuit

Preventie beschermt tegen besmetting, een sterk afweersysteem bepaalt de afloop. NGD Care biedt met Flea and Tick Guard een natuurlijke ondersteuning tegen teken en insecten, en met darm- en weerstandsondersteuning een stevig fundament van binnenuit. Bij een doorgemaakte besmetting kan het Intracellulaire Microbe Protocol het lichaam aanvullend ondersteunen.

Bekijk de producten →

Ondersteuning van de weerstand en natuurlijke producten vervangen nooit een bewezen afwerend middel, de nodige vaccinaties, of het advies van je dierenarts.

Verder lezen in deze serie

Over de auteur

Stefan Veenstra, dierenarts (DVM) is integratief dierenarts en oprichter van NGD Care (Natuurlijk Gezonde Dieren). Hij combineert reguliere diergeneeskunde met voeding, microbioomonderzoek en systeemgerichte zorg voor hond, kat en paard.

Bronnen & verantwoording

Incubatietijden zijn richtwaarden en kunnen per hond en per verwekker variëren. De schatting dat ongeveer tien tot vijftien procent van de blootgestelde honden in endemische gebieden leishmaniose ontwikkelt, en de rol van het afweersysteem daarin, is gebaseerd op de onderstaande bronnen. Waar kennis uit humaan of preklinisch onderzoek naar de hond is vertaald, staat dat in de tekst vermeld. Dit artikel is algemene voorlichting en vervangt geen individueel diergeneeskundig advies. Overleg vaccinatie, preventie, diagnostiek en behandeling altijd met je eigen dierenarts, afgestemd op je bestemming en de actuele situatie.

  1. Solano-Gallego L, Miró G, Koutinas A, et al. LeishVet guidelines for the practical management of canine leishmaniosis. Parasit Vectors. 2011;4:86.
  2. Baneth G, Koutinas AF, Solano-Gallego L, Bourdeau P, Ferrer L. Canine leishmaniosis, new concepts and insights on an expanding zoonosis: part one. Trends Parasitol. 2008;24(7):324-330.
  3. ESCCAP. Guideline 5: Control of Vector-Borne Diseases in Dogs and Cats. esccap.org
  4. ESCCAP. Guideline 1: Worm Control in Dogs and Cats. esccap.org
  5. American Heartworm Society. Current Canine Guidelines for the Prevention, Diagnosis, and Management of Heartworm (Dirofilaria immitis) Infection in Dogs. heartwormsociety.org
  6. Otranto D, Dantas-Torres F, Breitschwerdt EB. Managing canine vector-borne diseases of zoonotic concern: part one. Trends Parasitol. 2009;25(4):157-163.
  7. Elsheikha HM, Holmes SA, Wright I, Morgan ER, Lacher DW. Recent advances in the epidemiology, clinical and diagnostic features, and control of canine cardio-pulmonary angiostrongylosis. Vet Res. 2014;45:92.
  8. World Small Animal Veterinary Association (WSAVA). Vaccination Guidelines for Dogs and Cats. wsava.org

NGD Care · Natuurlijk Gezonde Dieren · Stefan Veenstra DVM

 

Artikel toegevoegd aan winkelwagen.
0 artikel -  0,00