Voeding staat aan de basis van gezondheid – bij mens én dier. Steeds meer mensen zijn zich bewust van gezonde keuzes, en gelukkig groeit die aandacht ook voor honden en katten. Want net als wij hebben ook dieren baat bij voeding die aansluit bij hun natuur en constitutie.
Voeding in de Chinese geneeskunde
In de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCG) spelen de Maag en de Milt een centrale rol. Zij zetten voeding om in Qi (energie), Wei Qi (afweer) en Xue (bloed). Wanneer deze organen sterk zijn en de juiste voeding krijgen, ontstaat balans en vitaliteit.
Wordt de Milt of Maag verzwakt door te zware, koude of sterk bewerkte voeding, dan kan dat leiden tot verminderde energie, diarree of slijmvorming. In de TCG hebben voedingsmiddelen een temperatuur (koud, neutraal, warm, heet) en een smaak (zoet, zuur, zout, bitter, scherp). Deze kwaliteiten beïnvloeden hoe het lichaam reageert. Zo wordt brok bijvoorbeeld gezien als “zoet” en “heet”: belastend voor de Milt en uitdrogend voor het lichaam.
Carnivoren vragen om andere voeding
Honden, katten en fretten zijn carnivoren. Hun gebit, maagzuur en korte darmen zijn helemaal afgestemd op vlees. In de natuur eten ze complete prooidieren met spieren, botten, organen en darminhoud. Mensen daarentegen zijn omnivoren en kunnen koolhydraten goed verteren.
Het verschil: honden en katten missen enzymen om granen af te breken. Wanneer ze veel granen krijgen – zoals in de meeste brokken – raakt hun spijsvertering sneller uit balans.
Brokken: praktisch, maar belastend
Brokken zijn handig, lang houdbaar en makkelijk te voeren. Maar de basis is vaak vleesmeel en granen die tot 200 °C verhit worden. Daarbij ontstaan oxidatie en Maillard-reacties, waardoor voedingsstoffen verloren gaan en stoffen vrijkomen die ontstekingsreacties kunnen uitlokken.
Daarnaast bevatten brokken geen enzymen of bacteriën die bijdragen aan een gezonde darmflora. Volgens de TCG leidt dit type voeding tot verhitting, uitdroging (Yin-deficiëntie) en slijmvorming, met klachten als diarree, jeuk, allergieën en verminderde weerstand.
Er zijn betere varianten, zoals koudgeperste of gevriesdroogde brokken. Die zijn minder heftig bewerkt, maar blijven meelproducten en sluiten niet optimaal aan bij de natuur van carnivoren.
Vers vlees: dichter bij de natuur
Rauw vlees (KVV – kant-en-klaar vers vlees) sluit veel beter aan bij het natuurlijke dieet. Het bevat vlees, bot en organen in de juiste verhoudingen en wordt ingevroren bewaard, waardoor voedingsstoffen behouden blijven.
In de TCG wordt KVV gezien als voedzamer en neutraler voor de Milt Qi. Voor jonge en oudere dieren is het verstandig om het vlees kort op te warmen (au bain-marie), zodat de spijsvertering niet verzwakt door kou.
Naast KVV kun je afwisselen met botten, stukken pens of prooidieren. Dit ondersteunt het gebit, verlaagt stress en versterkt de Milt Qi doordat het lichaam moeite moet doen om te kauwen en verteren.
Variatie en groenten
Een goede richtlijn is 80% vlees en 20% groenten. Groenten leveren vezels en prebiotica die het darmmicrobioom voeden. Denk aan pompoen in de herfst, courgette in de zomer of groene bladgroenten als spinazie en andijvie.
Ook fruit kan af en toe, maar met mate en afgestemd op de diersoort. Let op giftige soorten zoals druiven, avocado en uien.
Hoeveelheid en leeftijd
- Volwassen hond/kat: 20–30 g vers vlees per kg lichaamsgewicht per dag
- Pup/kitten: 40–60 g per kg lichaamsgewicht
Veel honden lijken meer honger te hebben bij de overstap naar vers vlees. Dit komt doordat brokken trager verteren en de maag altijd gevuld houden. Groenten toevoegen kan helpen voor extra verzadiging zonder overvoeding.
Bij pups en senioren geldt: verwarm maaltijden licht, zodat de Milt Qi niet extra belast wordt.
BARF en zelf samenstellen
Naast KVV kun je ook kiezen voor BARF (Bones And Raw Food). Hierbij stel je zelf het menu samen met vleesbotten, spiervlees, orgaanvlees, groenten en soms fruit of noten. Belangrijkste regel: variatie. Over een maand bekeken moet het geheel compleet zijn.
Een richtlijn:
- 50% vleesbot
- 20–30% spiervlees
- 10–20% orgaan
- 10–20% groenten/fruit
Gebruik bij voorkeur biologisch vlees en seizoensproducten. Vermijd varkensvlees vanwege risico op Aujeszky-virus.
Voeding en het darmmicrobioom
Het darmmicrobioom is essentieel voor weerstand, energie en zelfs gedrag. Eenzijdige voeding voedt slechts een klein deel van de bacteriën, waardoor de diversiteit afneemt. Minder diversiteit = minder veerkracht.
Door af te wisselen in diersoorten en groenten bied je telkens nieuwe voedingsstoffen en vezels. Dit ondersteunt zowel de darmflora als de Milt en Maag volgens TCG, en zorgt voor balans en vitaliteit.
Conclusie
Voeding is meer dan brandstof. Het is energie, balans en gezondheid. Voor honden en katten betekent dit: voeding die aansluit bij hun natuur als carnivoren, én die in de visie van de Chinese geneeskunde de Milt en Maag versterkt.
Met rauwe, gevarieerde voeding, aangevuld met groenten en kauwmateriaal, geef je jouw dier de beste basis voor een gezond en vitaal leven.