bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten

Waarom wordt de ene hond wél ziek… en de andere niet?

Wat kennelhoest, Giardia, griep en één bijzondere patiënt ons leerden over het immuunsysteem

Inleiding

Op een speelveld loopt een hond met kennelhoest.
Hij hoest en speelt door. Met iedere hoest verspreidt hij bacteriën via kleine druppeltjes in de lucht.

Uiteindelijk spelen tien honden met hem.

Binnen een paar dagen beland 1 hond bij dierenarts met ernstige klachten, een andere hond begint ook wat te hoesten, maar is zelf na 3 dagen weer vrij van klachten. En de rest van de honden hebben nergens last van.

Dezelfde bacterie, hetzelfde moment en dezelfde blootstelling. Maar toch totaal verschillende uitkomsten.

Precies hetzelfde zie je bij parasieten zoals Giardia duodenalis.
En zelfs bij mensen tijdens een griepepidemie, zoals recent gemeld door het RIVM.

Het verschil zit niet in de bacterie, virus of parasiet.
Het verschil zit in het immuunsysteem.

Hoe werkt dat immuunsysteem eigenlijk?

70–80% van het immuunsysteem bevindt zich in de darm. Daar zit het Gut-associated lymphoid tissue (GALT): de regiekamer van de slijmvliesafweer.

Het GALT stuurt beschermende stoffen aan die terechtkomen in het slijm van:

  • Darmen
  • Luchtwegen
  • Neus en keel
  • Huid

Stoffen die het GALT aanstuurt zijn onder andere:

  • sIgA
  • Lactoferrine
  • Calprotectine
  • Defensines
  • Lysozym
  • Een gezonde slijmlaag

Het microbioom speelt hierin een actieve rol. Goede bacteriën nemen plek in, maken beschermende stoffen aan en geven signalen aan het GALT om deze afweer te blijven aansturen.

Als dit systeem goed functioneert, worden indringers afgevoerd vóór ze klachten kunnen veroorzaken.

Wat gebeurt er bij de hond die wél ziek wordt?

Daar zien we in de praktijk bijna altijd:

  • Een verstoord darmmicrobioom
  • Laaggradige ontsteking
  • Chronische stress of overprikkeling
  • Verminderde slijmvliesweerstand
  • Dysbiose van de luchtwegen
  • Een verminderde antivirale respons (interferon)

De bacterie komt binnen, hecht aan de slijmvlieswand…… en krijgt vrij spel.

Casus 1 – parasieten

Parasieten komen bij veel honden binnen. Maar ze kunnen zich alleen hechten als het darmslijmvlies uit balans is.

In een gezonde darm worden de parasieten:

  • Vastgehouden door slijm en sIgA
  • Geremd door lactoferrine, calprotectine, defensines en lysozym
  • Verdrongen door een gezond microbioom

En vervolgens afgevoerd – zonder infectie.

Steeds terugkerende Giardia of andere parasieten is zelden een blootstellingsprobleem.
Het is een probleem van slijmvliesafweer.

Casus 2 – Kennelhoest

Kennelhoest is zelden het gevolg van één verwekker. Het ontstaat vaak door een combinatie van:

  • Bordetella bronchiseptica
  • Canine parainfluenza virus
  • Canine adenovirus type 2

Deze pathogenen komen regelmatig in de luchtwegen van honden terecht.

Of een hond ziek wordt, hangt af van dezelfde beschermende slijmvliesstoffen die door het GALT worden aangestuurd. Een infectie ontstaat wanneer het microbioom van de voorste luchtwegen uit balans is en pathogenen zich kunnen hechten, vermenigvuldigen en domineren.

Casus 3 – Humane griep

Bij griep gaat het meestal om varianten van het Influenza A virus en Influenza B virus.

Deze virussen veranderen continu (antigenic drift). Daardoor is het lastig om met vaccins exact de juiste variant te voorspellen.

Vaccins kunnen de ernst verminderen, maar kunnen nooit het werk overnemen van de slijmvliesafweer. Net als bij kennelhoest zien we, ondanks een vaccin, nog regelmatig ziekteverschijnselen. Ook hier hangt de uitkomst sterk af van de staat van het slijmvlies en het immuunsysteem.

TCM: waarom kou en wind virussen helpen

Binnen de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM) wordt dit al eeuwen beschreven:

  • Kou vertraagt de doorbloeding van slijmvliezen
  • Wind is de drager van pathogenen via de luchtwegen
  • Minder beweging en meer binnen zitten verzwakt de darmdoorbloeding

Dit verzwakt de eerste verdedigingslinie in slijmvliezen — precies waar virussen binnenkomen.

Ook vanuit de Westerse geneeskunde weten we dat virussen  beter overleven bij koude en vochtige omstandigheden. Herfst en winter vormen daardoor ideale omstandigheden voor griepepidemieën.

Ons therapieplan: weerstand verhogen begint in de darm

  1. Herstel van de basis
  1. Gerichte immuunondersteuning
  1. Als het immuunsysteem overbelast is

Casus 4. Intracellulaire bacterie

Soms zien we, ondanks een verbetering in ontlasting, eetlust en microbioom toch onvoldoende herstel van energie en weerstand. Met een levend bloedanalyse (donkerveldmicroscopie) kunnen we de activiteit en belasting van bloedcellen direct observeren, aanvullend op een regulier bloedonderzoek.

We kunnen dan zien

  • Intracellulaire bacteriën en spirocheet-achtige vormen
  • Overbelaste neutrofielen en monocyten
  • Gisten en schimmels in het plasma
  • Slecht functionerende erytrocyten
  • Overbelaste lever en immuunsysteem

Dit zijn tekenen van een immuunsysteem dat continue actief is en weinig ruimte heeft voor herstel. In de praktijk zien we veel dat dit komt door intracellulaire bacteriën als spirocheten, zoals bij Lyme en Erlichia infecties. Deze creeren een continue belasting van het immuunsysteem houden een laaggradige ontsteking in stand.

In zulke gevallen zetten we aanvullend in op gerichte ondersteuning. Bijvoorbeeld met antibiotica, ozontherapie of antimicrobiele essentiele olies als Microbe Guard. hiervoor hebben we ook ons nieuwe protocol ontwikkelt. Zie hier voor meer informatie.

Conclusie

Ziek worden gaat niet alleen over blootstelling.
Het gaat over hoeveel ruimte het immuunsysteem nog heeft.

Kennelhoest. Giardia. Parasieten. Griep. Chronische ontsteking. Sloomheid.

Het zijn geen losse problemen.
Ze vertellen allemaal hetzelfde verhaal:

De binnenkant is uit balans.

Een sterke hond — of mens — is niet degene die nooit wordt blootgesteld.
Het is degene waarvan het systeem in balans is. Van binnenuit.

Wetenschappelijke onderbouwing

  • Dhar & Mohanty. Gut microbiota and respiratory health: the gut–lung axis. Frontiers in Microbiology.
  • Budden et al. Emerging pathogenic links between microbiota and the gut–lung axis. Nat Rev Microbiol.
  • Honda & Littman. The microbiota in adaptive immune homeostasis. Nature.
  • Function of mucosa-associated lymphoid tissue in antibody formation. Immunol Rev.
  • Marsland et al. The gut–lung axis in respiratory disease. Annals ATS.
  • Kogut et al. Mucosal immunity and IgA in respiratory defense in dogs. Vet Immunol.
  • Paules & Subbarao. Influenza. Lancet.
  • Moriyama et al. Seasonality of respiratory viral infections. Annu Rev Virol.

Meer artikelen in Blog, Integratieve diergeneeskunde
Artikel toegevoegd aan winkelwagen.
0 artikel -  0,00