bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
bezorging-wit
Verzending binnen 1-2 dagen
klantenservice-wit
Deskundige klantenservice
essentiele-olien-wit
Humane-grade, biologische producten
getest-wit
Wetenschappelijk bewezen ingrediënten
NGD Care: Kennisbank

De vicieuze cirkel van chronische nierziekte, en waarom de darm daarbij meespeelt

Chronische nierziekte versnelt zichzelf via mechanismen die losstaan van de oorspronkelijke oorzaak. Een van de grootste, en meest onderschatte, aanjagers van dit proces ontstaat niet in de nier zelf, maar in de darm.

Door Stefan Veenstra DVM

Het korte antwoord

Chronische nierziekte onderscheidt zich van acute nierschade door een zelfversterkende progressie: verloren nefronen dwingen de overgebleven nefronen tot overbelasting, wat op termijn ook die nefronen beschadigt. TGF-β1, een signaaleiwit dat normaal bij weefselherstel hoort, is de centrale aanjager van het littekenweefsel (fibrose) dat hierbij ontstaat en functioneel nierweefsel permanent vervangt. Een grote, vaak onderbelichte bron van deze schade ontstaat in de darm: indoxylsulfaat en soortgelijke stoffen, geproduceerd door eiwitfermenterende darmbacteriën, worden bij afnemende nierfunctie niet meer voldoende uitgescheiden en stapelen zich op. Deze stoffen jagen de tubulaire schade en TGF-β1-fibrose rechtstreeks aan, wat de darm tot een reëel, beïnvloedbaar aangrijpingspunt maakt naast de nier zelf.

Waarom nierschade zichzelf in stand houdt

Wanneer nefronen (de functionele filtereenheden van de nier) verloren gaan, compenseren de overgebleven nefronen door harder te gaan werken: ze vergroten en verhogen hun filtratiesnelheid. Deze aanpassing is op korte termijn nuttig, maar verhoogt op termijn de druk binnen de compenserende nefronen, wat weer littekenvorming veroorzaakt in precies de nefronen die de belasting probeerden op te vangen.[1]

De cellen die door deze overbelasting het meest onder druk staan, de proximale tubuluscellen, produceren daarbij grote hoeveelheden reactieve zuurstofdeeltjes, die op hun beurt de bloedvatwand beschadigen en de doorbloeding van het nierweefsel verder verminderen.

TGF-β1: de centrale aanjager van fibrose

TGF-β1 (transforming growth factor beta 1) is een signaaleiwit dat normaal een nuttige rol speelt bij wondgenezing: het zet cellen aan tot herstel en vermindert ontsteking. Bij chronische, aanhoudende activatie, zoals bij de overbelasting van nefronen hierboven beschreven, slaat die functie om. TGF-β1 wordt dan geactiveerd door oxidatieve stress en door mechanische rek van tubuluscellen tijdens die overbelasting. Eenmaal chronisch geactiveerd, zet TGF-β1 tubuluscellen aan tot een transformatie waarbij ze hun oorspronkelijke functie verliezen en collageenproducerende cellen worden. Dit littekenweefsel vervangt functioneel nierweefsel, permanent.

Fibrose in een vroeg stadium is beïnvloedbaar. Verloren nierweefsel komt niet terug. Dit is precies wat je met vroege ondersteuning wilt voorkomen.

De darm-nier-as: het vergeten mechanisme

Bij chronische nierziekte wordt de darm zelden als behandeldoelwit beschouwd, terwijl de darm wel degelijk direct bijdraagt aan de schade die hierboven is beschreven. Indoxylsulfaat is een van de best gedocumenteerde uremische toxinen bij hond en kat, en het is geen nierproduct: het ontstaat wanneer darmbacteriën het aminozuur tryptofaan afbreken. Bij een gezonde nier wordt het efficiënt uitgescheiden. Bij CKD accumuleert het in de bloedbaan.[2]

Indoxylsulfaat is een directe aanjager van oxidatieve stress in tubuluscellen: het remt de cellulaire antioxidantrespons en verhoogt tegelijk de aanmaak van reactieve zuurstofdeeltjes.[3] Dit activeert vervolgens diezelfde TGF-β1-route die hierboven is beschreven, en versnelt zo de fibrosevorming.

Bij CKD verschuift het microbioom aantoonbaar richting eiwitfermenterende (proteolytische) bacteriën, die deze schadelijke voorlopers produceren. Bij honden met CKD nemen de geslachten Klebsiella en Clostridium geleidelijk toe naarmate de ziekte vordert.[4] Bij katten met CKD verschuift de balans richting gramnegatieve genera zoals Escherichia, Enterobacter, Citrobacter, Klebsiella en Proteus, terwijl de gunstige, vezelfermenterende Lactobacillus en Bifidobacterium juist afnemen.[5]

Specifieke prebiotica die de fermentatie van vezels bevorderen in plaats van eiwitten, verlagen de productie van deze toxinen aan de bron. Bij honden met vroege nierschade verlaagde een voeding met toegevoegd bètaglucanen en kortketen-FOS (fructo-oligosachariden), samen met betaïne, meerdere ureumtoxinen aantoonbaar ten opzichte van een controlevoeding.[6] Dit maakt gerichte vezelondersteuning een van de meest directe, niet-medicamenteuze aangrijpingspunten bij nierondersteuning.

Wat wij adviseren: variatie boven een vast schema

Als algemene leidraad voor verse voeding houden we een verhouding van ongeveer 80 procent vlees en 20 procent groenten aan, zonder bewerkte voeding, met zoveel mogelijk variatie in eiwitbronnen en groentesoorten. Variatie voorkomt dat de darm eenzijdig went aan één type substraat en ondersteunt een diverser, minder eenzijdig proteolytisch microbioom. Dit is een algemene voedingslijn, geen vaste eiwitnorm: hoeveel eiwit en welke mate van eiwitbeperking verstandig is, verschilt per IRIS-stadium en moet je altijd afstemmen met de behandelend dierenarts, zeker bij gevorderde nierziekte. Meer lees je over de specifieke blog over dieetvoeding.

Waarom dit meer is dan alleen een nierdieet

De standaard aanpak bij CKD richt zich vooral op eiwitbeperking om de aanmaak van stikstofhoudende afvalstoffen te verminderen. Dat mechanisme is reëel, maar de darm-nier-as laat zien dat het niet het hele verhaal is: de bacteriële samenstelling van de darm bepaalt mede hoeveel schadelijke toxinen er ontstaan, ongeacht de hoeveelheid eiwit in de voeding. Hoe deze twee inzichten samen een gefaseerde aanpak vormen, en welke stoffen mechanistisch het meest onderbouwd zijn om fibrose te vertragen, lees je in het volgende artikel.

In deel 3: de gefaseerde aanpak achter de Nier Support Bundel, en wat wetenschappelijk het meest onderbouwd is.

Veelgestelde vragen

Wat is indoxylsulfaat?

Een stof die darmbacteriën produceren bij de afbraak van het aminozuur tryptofaan. Bij een gezonde nier wordt het uitgescheiden. Bij chronische nierziekte accumuleert het en versnelt het de nierschade via oxidatieve stress en fibrosevorming.

Wat is TGF-β1 precies?

TGF-β1 is een signaaleiwit dat normaal helpt bij wondherstel. Bij chronische overbelasting van de nier raakt het langdurig geactiveerd, en zet het nierweefselcellen aan om littekenweefsel te vormen in plaats van hun normale functie te herstellen. Dat maakt het de centrale aanjager van fibrose bij chronische nierziekte.

Waarom houdt nierschade zichzelf in stand?

Overgebleven nefronen compenseren verloren nefronen door harder te werken, wat op termijn ook die nefronen beschadigt. Dit zelfversterkende proces gaat door, onafhankelijk van de oorspronkelijke oorzaak van de nierschade.

Kan de darm echt nierschade beïnvloeden?

Ja. Bij CKD verschuift het microbioom aantoonbaar naar eiwitfermenterende bacteriën zoals Klebsiella en Clostridium bij honden, en gramnegatieve genera bij katten, die stoffen zoals indoxylsulfaat produceren. Die stoffen hopen op bij verminderde nierfunctie en versnellen de nierschade direct.

Is eiwitbeperking de enige manier om deze toxinen te verminderen?

Nee. De bacteriële samenstelling van de darm bepaalt mede hoeveel van deze toxinen ontstaan. Gerichte vezels zoals haverbètaglucaan en scFOS, en een gevarieerde, onbewerkte voeding, zijn een aanvullend aangrijpingspunt naast eventuele eiwitaanpassingen, en vervangen het gesprek met de dierenarts over de juiste eiwitnorm niet.

Literatuur

  1. Hostetter TH, Olson JL, Rennke HG, Venkatachalam MA. Hyperfiltration in remnant nephrons: a potentially adverse response to renal ablation. Am J Physiol. 1981;241(1):F85-F93.
  2. Vanholder R, De Smet R, Glorieux G, et al. Review on uremic toxins: classification, concentration, and interindividual variability. Kidney Int. 2003;63(5):1934-1943.
  3. Bolati D, Shimizu H, Yisireyili M, Nishijima F, Niwa T. Indoxyl sulfate, a uremic toxin, downregulates renal expression of Nrf2 through activation of NF-κB. BMC Nephrol. 2013;14:56.
  4. Kim K-R, Kim S-M, Kim J-H. A pilot study of alterations of the gut microbiome in canine chronic kidney disease. Front Vet Sci. 2023;10:1241215.
  5. Summers SC, Quimby JM, Isaiah A, Suchodolski JS, Lunghofer PJ, Gustafson DL. The fecal microbiome and serum concentrations of indoxyl sulfate and p-cresol sulfate in cats with chronic kidney disease. J Vet Intern Med. 2019;33(2):662-669.
  6. Ephraim E, Jewell DE. Effect of added dietary betaine and soluble fiber on metabolites and fecal microbiome in dogs with early renal disease. Metabolites. 2020;10(9):370.

Dit artikel is educatief van aard en gebaseerd op beschikbare wetenschappelijke literatuur, gedeeltelijk uit humaan en dieronderzoek breder dan hond en kat. Deze tekst vervangt geen veterinair consult en bevat geen therapeutische claims. Bespreek eiwitbeperking en dieetaanpassingen bij nierziekte altijd met de behandelend dierenarts, afgestemd op het IRIS-stadium.

Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp
Artikel toegevoegd aan winkelwagen.
0 artikel -  0,00